Pesten op de werkvloer, dat overkomt jou niet. Of toch wel?

Pesten op de werkvloer – een casestudy

 

Ze regeerde als een dictator over dat secretariaat.

Terwijl ze officieel geen bal te zeggen had. Ongelofelijk.

Toen ik eenmaal in haar web zat, was er geen ontkomen meer aan…

Ik ben er bijna kapot aan gegaan.

In mijn praktijk spreek ik Lisette, een innemende, professioneel ingestelde vrouw van tegen de 50. Ze komt bij me omdat ze werd gepest op het werk. Ze is er een van de zéér velen. Als we de cijfers mogen geloven worden een half miljoen (!) volwassenen jaarlijks gepest en is Nederland binnen Europa een koploper op het gebied van treiterij.

Lisette: ik ben mezelf kwijt geraakt en voel me heel erg onzeker. Ik wil me weer sterk voelen en weten wat goed voor míj is, voordat ik weer een nieuwe baan in stap.

Een prachtig doel. Daar zet ik graag mijn tanden in.

Te vaak wordt nog beweerd dat mensen die gepest worden, het op een of andere manier over zichzelf hebben afgeroepen. Maakt niet uit of het kinderen of volwassenen zijn. Het bekendste vooroordeel is dat de gepestte niet weerbaar genoeg zou zijn. Of op enige manier ‘anders’. Alsof kwetsbaarheid en anders-zijn een legitieme reden voor pesten is. Feit is dat het iedereen kan overkomen.

Als ik dit van te voren had geweten dan was ik daar nooit gaan werken

Lisette vertelt hoe je als nieuweling in een bestaande groep kwetsbaar kunt zijn. Als je pech hebt.

Meteen vanaf de eerste dag was het raak. Mijn nieuwe collega’s vonden dat ik alle administratieve procedures binnen 2 tellen moest kennen. Duidelijk geen haalbare kaart. Ik werkte me een slag in de rondte maar werd stelselmatig afgekat. ‘Tante K.’ voerde de troep aan. Een grote dominante vrouw, die de scepter zwaaide over het secretariaat, met twee veel jongere, volgzame collega’s ‘onder zich’. Met kritische, bitse toon vroeg ze ‘snap je dit nou nog niet? ‘, ‘waar was je net?’ en ‘waarom is dat nog niet gebeurd?’

K. was de hele dag bezig met het controleren van haar collega’s. Kennelijk had ze dat nodig om zichzelf machtig en belangrijk te voelen. Punt is alleen: dat had ik in het begin nog niet goed door. Ik was gewoon bezig mezelf in te werken. Ik merkte wel dat bepaalde protocollen niet functioneel of overbodig waren. Sommige dingen zou ik echt anders doen, maar… 

Ik voelde me ontzéttend op de vingers gekeken

Als dat lang genoeg aanhoudt slaat de onzekerheid vanzelf toe. Ik weet normaal echt wel waar ik over praat. Maar als iedereen dezelfde boodschap uitzendt denk je, gek genoeg, na enige tijd toch dat er met jóu iets mis is. Het werd gebracht als ‘ja, zo doen wij dat hier’. Dan hou je je maar stil. Als ik hulp vroeg werd die gewoon geweigerd. Ik moest het zelf maar uitzoeken en als ‘t niet snel genoeg ging werd ik met de nek aangekeken. Vreselijk!

Pesten heeft alles met groepsdynamiek te maken. De pestkop bepaalt ‘de code’, ofwel: de manier waarop dingen gaan in een groep. De meelopers conformeren zich, zonder kritiek op de leider, om te voorkomen dat ze zelf voorwerp van afwijzing en uitsluiting worden. Het is klassiek. Zo blijven de meest stupide codes in stand zonder dat iemand nog nadenkt over het hoe en waarom.

Het is net een bende apen op een rots

Lisette vertelt hoe ze ongemerkt niet aan ‘de code’ voldeed, waardoor ze onterecht buiten de boot viel.

Ik beging regelmatig ‘overtredingen’ volgens tante K. Dat ik graag tijdens mijn middagpauze even naar buiten ga en daar mijn brood eet, vond men ‘niet gezellig’. Dat ik niet meedeed aan beurtelings een taart bakken in het weekend was ook niet oké. Je moest per se je lief en leed delen. Maar als ik dat deed dan werd er overheen gelopen. De volgende keer denk je wel twee keer na. Omgaan met collega’s van andere afdelingen was eveneens not done. Laat staan ze te helpen met iets belangrijks of een bak koffie met iemand te drinken. Daarvoor had ons secretariaat het zogenaamd ‘te druk’.

Intussen zat Lisette ’s avonds huilend op de bank

Ze piekerde over hoe ze het in godsnaam goed kon doen. Hierdoor sliep ze slecht en raakte ze steeds meer gestrest. De inefficiëntie van tante K. liep de spuigaten uit. Een melding bij de baas maakte duidelijk dat ‘de volwassenen van het secretariaat’ het zelf maar moesten oplossen. Ook de intern vertrouwenspersoon was niet echt betrokken en voelde voor Lisette niet veilig. De arbo-arts vond de voorbeelden die ze aandroeg niet ernstig genoeg en adviseerde een soort van weerbaarheidscursus. Zucht! Geen support van de werkgever dus. En ook daarin is Lisette niet de enige.

Intussen ging het van kwaad tot erger, vertelt Lisette. Als ik een suggestie deed voor een verjaarscadeautje voor een van de collega’s, dan werd het afgewezen. Maar 14 dagen later ontving die collega precies dát cadeau. De eer van het bedenken ging naar een ander. Als er in december een klein presentje voor alle medewerkers in de kantine werd uitgedeeld, nam tante K. er voor iedereen een mee, maar niet voor mij. Op mijn verjaardag werd ik bewust niet gefeliciteerd.

Toen ik last kreeg van mijn voet en geopereerd moest worden was er geen begrip. In plaats daarvan werd me verweten dat ik het secretariaat belastte met mijn afwezigheid. De lijst is eindeloos. Iedereen op het secretariaat deed tante K. na, terwijl mensen daarbuiten gewoon vriendelijk tegen me deden. Maar dat was voor mij niet genoeg.

Stelselmatig onderuitgehaald en genegeerd. Je wordt er murw van. Je hebt nergens meer zin in, je presteert ook niet meer. Iets wat eigenlijk helemaal niet bij me past.

Waarom meld je je dan niet ziek?

Dat is me vaker geadviseerd, aldus Lisette. Maar ik was gewoon te bang om mijn baan te verliezen. Ik heb als alleenstaande moeder een inkomen nodig. Ik solliciteerde wel, maar omdat er zoveel vanaf hing, was ik bij gesprekken erg gespannen en werd ik het toch niet. Bovendien ben ik er de vrouw niet naar om zomaar op te geven. Mijn verantwoordelijkheidsgevoel voor de zaak hield me tegen. Ik ben daardoor heel erg over mijn eigen grenzen heen gegaan.

Uiteindelijk werd de situatie onhoudbaar en heeft Lisette ontslag gekregen. Achteraf gezien is dat een groot geluk geweest. Ze zocht hulp en heeft bij mij een therapietraject met EMDR doorlopen. EMDR is een evidence based methode om traumatische ervaringen te verwerken. Na afloop voelen herinneringen neutraal, terwijl je toch alles wat je geleerd hebt kan behouden. Lisette is er, zoals ze zelf zegt, sterker uitgekomen.

Wat kun je doen als je op het werk gepest wordt?

Daar valt heel veel over te zeggen. Dit blog kan daarin niet volledig zijn.

  • Een van de belangrijkste dingen is: kom uit je isolement! Zorg dat je een veilig iemand vindt om je ervaringen mee te delen. Iemand die je emotioneel kan opvangen én je concreet en praktisch kan ondersteunen. Iemand die je kan bevestigen in het weten dat je niet gek bent. En vooral dat er niets is om je voor te schamen.
  • Zoek een vertrouwenspersoon die verstand heeft van zaken, desnoods een onafhankelijk extern iemand, die je kan helpen een goede oplossing te vinden.
  • Voor juridisch advies kun je terecht bij het juridisch loket en soms ook bij je eigen vakbond.
  • Maak notities van alles wat er op je werk gebeurt, verzamel bewijs en bewaar dat. Je weet nooit waar het nog goed voor is.
  • Denk niet dat je moet blijven waar je nu werkt. Onderzoek mogelijkheden om ander werk aan te nemen. Begin daar snel mee. Als het later niet nodig blijkt kun je altijd nog afzien van vervolgstappen.
  • Zoek een therapeut om de herinneringen van het pesten mee te verwerken, zodat je ‘schoon’ van rommel uit het verleden verder kan, evt. in een nieuwe baan. Denk niet te snel dat je het wel alleen kunt. Dat hoef je ook niet te kunnen. De kwaliteit van je leven is veel te belangrijk om het te lang te laten liggen.

Goed nieuws

Het goede nieuws is dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in juni 2015 zal starten met een landelijke campagne tegen pesten op de werkvloer.

Nog beter nieuws is dat Lisette inmiddels weer een leuke nieuwe baan heeft gevonden waar ze wordt gewaardeerd.
Het doet haar deugd te horen, (via een ex-collega van die andere afdeling), dat haar ideeën over ‘hoe het ook anders kan op het secretariaat’  bij de voormalige werkgever zijn doorgevoerd. Ik was toch niet Gekke Gerritje, zegt ze met een glimlach.

*Vanwege haar privacy is Lisette een gefingeerde naam. De echte naam is bij Renate Janssen bekend.

Laat een reactie achter

Je email adres zal niet worden gepubliceerd.

 
e82c0cdf48f61592c66d74dbd700e274BBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBB